vrijdag 15 maart 2013

In de Moskouse tijdmachine


Nors zegt de bewaker, terwijl hij nauwelijks opkijkt van zijn papier: ,,Die winkel ken ik niet. Je hebt toestemming nodig om het terrein op te komen." Typische Russische onvriendelijkheid. Met hem valt niet te praten. Ik bel naar de winkel, eentje met kasten, stoelen en tafels uit de jaren zestig en zeventig die ligt op een Moskous fabrieksterrein, waar ze plastic produceren. ,,Ja, je hebt een verklaring nodig", bevestigt een meisjesstem slaperig aan de andere kant van de lijn. ,,Kom maandag maar terug."

Daar moet ik het mee doen. Mijn jacht naar een nieuwe ontdekking lijkt te stranden. Maar dit is Moskou. De stad die nooit slaapt. Met inwoners die barsten van het creatieve talent. Alleen het beste overleeft alle stormen. Een stad, waar elke dag wel een nieuw café, winkel of tentoonstelling opengaat. In een gammele trolleybus, langs de Moskva, rijd ik terug naar metrostation Kievskaja en ga vervolgens met de metro richting Koerskaja. Een dag slenterend door de Moskouse tijdsmachine vol verrassingen staat op het punt te beginnen.

Rond metrostation Kievskaja loop ik langs zwervers met hun zwarte, kapotte kleding aan, hun vettige haren en onverzorgde baarden. Rechtstreeks weggelopen uit de 19e eeuw. Ze hangen en liggen rond de treinstations en op de trappen naar de metrohaltes. Hun lichaamsgeur beneemt elke adem, terwijl ze hun ene hand ophouden voor een roebel en met de andere een fles alcohol aan hun mond zetten. Soms liggen ze languit met bebloede gezichten op de grond. Roerloos, terwijl een andere zwerver zijn maat tevergeefs probeert op te tillen.

Beneden op metrostation Kievskaja is het tijd voor de Sovjet-Unie. Op het perron verwijzen graanafbeeldingen naar de vriendschap tussen de Sovjetrepublieken Rusland en Oekraïne. Ronde, gedrongen, eenzame vrouwen van rond de vijftig gehuld in een dikke bontjas, kort haar en immer chagrijnig kijkend waggelen de metrotrein in. Ze trekken zich niets aan van de veranderende wereld. Hun eerste missie is het zoeken van een zitplaats. Ze eisen die voor zichzelf op, vinden dat ze er, gelet op hun leeftijd en hun zware leven zo zonder man, recht op hebben. Ze aarzelen niet om andere reizigers een duw te geven. Dit is hun metro, lijken ze het uit te schreeuwen.

Moskou wordt er niet fraaier op op het oude fabrieksterrein van Arma, een gasfabriek uit 1865. Zwarte hopen sneeuw liggen langs de gebouwen. Overal zijn de deuren dicht. Bouwwerkzaamheden overstemmen elk geluid. Op deze grijze winterdag geven de fabrieksmuren een nog donkerder kleur. Een lach hier buiten is ver weg.

Een smalle deur omringd met beschilderde bloemen op de muur trekt de nieuwsgierigheid. Ik open de deur, loop een meter naar binnen en sta dan perplex stil van verbazing. Binnen een lange, bruine tafel met een samovar voor thee, manden met brood en karaffen huisgemaakte limonade. Allemaal gratis. Het volgende is dat niet. In een hoek liggen bieten, aardappels en potten jam en honing. In een ijskast staan yoghurt, kaas en kefir. Alles is afkomstig van Russische boeren, het handelsmerk van Lavkalavka. Op de achtergrond bevindt zich een open keuken. Op het aanrecht liggen vers gebakken pannenkoeken op elkaar gestapeld vanwege maslenitsa, een feest om de lente te verwelkomen. Bruine houten grootmoederskasten met glazen deuren worden gebruikt om het servies op te slaan. Aan de muren hangen schilderijen.  Een vriendelijke jongedame vanachter haar laptop komt op de buitenlander afgelopen: ,,Je bent niet de eerste die van verbazing staat te kijken", zegt ze in vloeiend Engels.

In Lavkalavka zijn de zwervers, de bitse bewaker en de chagrijnige Sovjetvrouwen snel vergeten. Dit is typisch Moskou. Juweeltjes in een wilde zee van betonnen gebouwen, razende en toeterende auto's en schreeuwende reclameborden. Achter elke deur, hoek, na elke straat kan er altijd een verrassing opduiken: een park met mooie beelden, een café waar je niet betaalt voor je espresso, maar voor de tijd dat je er zit, een fraai huis van een beroemde, Russische schrijver. Elke voetstap is een ontdekking.

Van Arma loop ik direct door naar Vinzavod, een wijnfabriek uit 1889, waar nu kunstgaleries zitten. Hier komen jonge mannen met hippe, volle baarden in hun skinny jeans en hun iPad altijd bij de hand. Ze flirten met de meisjes die een beker cappuccino hebben meegenomen van de op elke hoek van de straat zittende koffiebar. Ze duiken niet alleen op in Vinzavod of Arma, maar ook op andere designfabrieken als Flacon, een glasfabriek uit de 19e eeuw, en Krasny Oktjabr, een chocoladefabriek uit 1851. Dit is de Moskouse creatieve klasse, die werkt op een reclame-bureau, in een eigen kledingatelier of de kolommen vult van hippe tijdschiften als Afisja of Bolsjoj Gorod.

Na Vinzavod is het, ook op loopafstand, de beurt aan Artplay, een voormalig industrieterrein en waar twee jaar geleden de kunstbiennale plaatsvond. Nu zijn er op verschillende verdiepingen van het hoofdgebouw voor de Rijke Rus vooral dure, kitscherige meubelzaken met een goudkleurige geweer als lampenkaphouder, leren banken en badkuipen met glimmende koperen kranen.

Op naar de bovenste verdieping. Ik doe de deur open naar het dak. Voor me ligt een ijsbaan. Twee meisjes schaatsen rondjes. Housemuziek dreunt uit de luidsprekers. Op de achtergrond het uitzicht over nieuwe gebouwen, Russische-orthodoxe kerken en een Stalinwolkenkrabber. Het tijdsbeeld dat Moskou te bieden heeft.

PS: Van niet alles heb ik foto's gemaakt. Pas later besef je pas hoe bijzonder het was wat je op een dag allemaal hebt gezien. Dan laat ik het eten bij Deti Rajka nog even buiten beschouwing, evenals de avondwandeling langs een Stalinwolkenkrabber. Hier zijn dan wel foto's van, de laatste twee.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen