donderdag 27 december 2012

Vadertje Vorst, voorbeeld voor alle Russen


Hij heeft zijn eigen paleis op een landgoed. Zijn beeltenis hangt op straat in zijn dorp. Russen bewonderen hun Vadertje Vorst, het Russische equivalent van de Kerstman.
Een zware stem gaat schuil achter zijn witte baard, die tot aan zijn middel loopt. Hij geeft een krachtige hand, die past bij een man van zijn statuur. Stevig omklemt zijn andere hand zijn staf. Op zijn rode mantel, wanten en hoed zitten witte versiersels. Voor zijn troon ontvangt hij uit het hele land zijn gasten, kinderen. Hun ouders nemen foto’s van dit historische moment.
Diep in Rusland in de besneeuwde bossen bij het dorp Veliki Oestjoeg, op 21 uur rijden met de trein en bus ten noordoosten van de Russische hoofdstad Moskou, woont sinds 1998 het hele jaar de enige, echte Vadertje Vorst op zijn landgoed. In zijn houten paleis zetelt de belangrijkste man van Rusland, vindt hij zelf. ‘Natuurlijk’, zegt hij vastberaden op zijn troon als hij even geen bezoek heeft. ‘De presidenten veranderen. Maar ik ben er altijd. Ik ben net zo oud als het bestaan van de aarde.’
Zonder Vadertje Vorst, Ded Moroz in het Russisch, geen Oud en Nieuw in Rusland. Dat is net zo ondenkbaar als Moskou zonder het Rode Plein. Hij deelt met zijn kleindochter Snegoerotsjka (Sneeuwmeisje) cadeaus uit tijdens de jaarwisseling, de belangrijkste Russische feestdag. In de ogen van kinderen kan hij wonderen verrichten. Hun ouders mijmeren over hun jeugd met Vadertje Vorst.
Hij is het symbool van de Russische winter, die onlosmakelijk is verbonden met zijn land. Niet voor niets woont Vadertje Vorst in een gebied waar sneeuw en ijs de helft van het jaar het leven gijzelen. ‘De mensen associëren mij hiermee, want hier ben ik geboren. Dit is mijn moederland.’
In de trein op weg naar Veliki Oestjoeg zegt elke Rus bij het horen van de plaatsnaam spontaan: ‘Daar woont Vadertje Vorst.’ Met dank aan toenmalig burgemeester van Moskou Joeri Loezjkov, die in 1998 Veliki Oestjoeg uitriep tot de officiële thuisbasis van Vadertje Vorst. Naast zijn paleis heeft hij in het dorp zijn eigen residentie, grenzend aan zijn postkantoor met boven de voordeur zijn uit hout gesneden gezicht. Op straat hangen borden met zijn beeltenis.
In het postkantoor staat achterin een muur met postvakjes vol brieven, uit alle hoeken van Rusland. Brieven met cadeauwensen, maar ook voor advies en hulp. Een teller geeft de stand aan: ‘Vadertje Vorst ontving tot 1 december 2.284.669 brieven.’
De Russen zien hem als een wijs man. Hij straalt het goede uit. De overheid, nooit ver weg in Rusland, zet hem in om haar onderdanen te instrueren. ‘Vadertje Vorst is er voor alle Russen en symboliseert de gastvrijheid van ons land’, zegt Jelena Zelenina (41) in haar werkkamer op de toerismeafdeling van de gemeente Veliki Oestjoeg. ‘President Vladimir Poetin heeft gezegd dat Vadertje Vorst goed werk doet en dat we hem moeten volgen.’
Zelf beweert de hoofdrolspeler zich verre te houden van politiek. Al hangt op zijn werkkamer aan de muur wel een foto van Poetins bezoek in 2008. ‘Ik ben bevriend met Vladimir Vladimirovitsj en hij heeft toegezegd een nieuw paleis voor mij te bouwen. Maar ik ben onafhankelijk en verricht goede daden. De regering houdt zich bezig met staatszaken.’
Vadertje Vorst heeft het rijk niet meer voor zich alleen. In het moderne Rusland, na de val van het communisme in 1991, rukt de Kerstman op. Steeds vaker is de Westerse indringer te zien in de bioscoop, op ansichtkaarten en trekt hij met zijn frisdrankkaravaan door het land. Niet iedereen is gecharmeerd van deze Westerse invloeden in het slavische Rusland. Op internet zijn er sites die oproepen om de Kerstman te verbieden.
Vadertje Vorst spreekt vanaf zijn troon zalvende woorden. ‘De Kerstman en ik zijn vrienden. We hebben elkaar ontmoet en werken samen. We willen beiden goede daden verrichten.’ Als een meisje klaar is met het zingen van het kerstlied Jingle Bells, reageert Vadertje Vorst: ‘Ik zal aan de Kerstman doorgeven dat je dit hebt gezongen.’
De Moskouse Nadezjda Larina (28) beantwoordt in het postkantoor de brieven aan Vadertje Vorst. Ze werkt aan een artikel over hem voor het weekblad Argoementi Nedeli. Larina loopt vier dagen mee met zijn personeel en gaat volledig op in haar nieuwe rol. Ze geeft in het postkantoor ook rondleidingen aan kinderen. ‘Ik voel me geen journalist. Ik ben een van zijn helpers’, zegt ze haast kinderlijk enthousiast.
Larina weet van de afkeer tegen de Kerstman, maar verzet zich ertegen. ‘Rusland zal de Kerstman nooit weigeren. Elk land heeft zijn eigen tovenaar. De Kerstman is van jullie en in Rusland is hij onze gast.’
In het postkantoor verschijnt een brede glimlach op het gezicht van Igor Soedkin (11) uit Kirov, zeshonderd kilometer ten zuiden van Veliki Oestjoeg. Vadertje Vorst staat voor hem gelijk aan cadeaus, blijdschap, geluk en het goede. ‘Hij is een held. Vadertje Vorst is van ons.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen