vrijdag 23 november 2012

‘Joden wekken in Rusland afgunst op’


Na donkere periodes in de geschiedenis probeert Rusland joden weer te omarmen. Een gloednieuw Joods museum moet daaraan bijdragen. ‘Als ik in Moskou met mijn keppeltje op straat loop, voel ik me veiliger dan in Malmö.’
Alsof de bezoeker van het Moskous Joods museum en Tolerantiecentrum teruggaat naar de negentiende eeuw. Cafétafels staan verspreid door een ruimte. Vrijwel aan elke zit een bekende jood uit die tijd, zoals Simon Doebnov, een politiek leider. Uitgebeeld als een witte pop met zijn jas aan, bril op en een stevige baard. Dit stelt café Fanconi, een etablissement waar bekende joden kwamen, voor in toen de Russische badplaats Odessa aan de Zwarte Zee, tegenwoordig Zuid-Oekraïne.
De tafels in het nagebootste café werken als touchscreen. Op verschillende onderwerpen kan worden geklikt. Ieder behandelt een thema uit die tijd, waarmee joden werden geconfronteerd. Zoals de vraag: wat doe je als je winkel wordt vernietigd door een pogrom, een aanval op joden. Met als meerkeuzeantwoord: emigreren, de winkel heropbouwen, in verzet gaan of in shock zijn.
Het ultra-moderne museum over de Joodse geschiedenis in Rusland, dat in november in de Russische hoofdstad openging, schuwt de zwarte bladzijden niet. Alles komt aan bod. De golven van pogroms die zich verspreidden over tsaristisch Rusland. Het beruchte doktorscomplot begin jaren vijftig onder Sovjetleider Josef Stalin. Artsen, voornamelijk joden, werden verdacht van een samenzwering om communistische leiders te doden. Antisemitisme in de media en showprocessen waren het gevolg. Joden verloren hun baan en eindigden in de barakken van de Goelagkampen.
Ruim twintig jaar na de val van het communisme wil Rusland openstaan voor joden. Het Joods museum in een voormalig, constructivistisch busgarage moet dit beeld uitdragen. De Russische president Vladimir Poetin helpt hierin mee. Hij stak een maandsalaris in de bouw van het museum, waarvan de totale kosten liggen op 40 miljoen euro. Vooraf aan de officiële opening zei Poetin dat elk volk in Rusland zich thuis moet voelen. ‘Dat hij geld heeft gegeven, was ondenkbaar bij de communistische leiders’, meent de Engelse bestuursvoorzitter van het museum, Simon Hewitt (48), vanaf een verhoging met uitzicht over foto’s en videoschermen. ‘Zijn gebaar is een teken van de juiste houding tegenover de joden.’
Maar ook in Poetins Rusland kent tolerantie grenzen. Op 4 november gaan tijdens de Russische mars elk jaar nationalisten de straat op met hun leuze ‘Rusland voor de Russen’. Het woord jood kent een negatieve associatie. Hewitt stelt dat de joden hun waarde hebben bewezen tijdens de Sovjetoverwinning op nazi-Duitsland. In een hoek van het museum staat daarom de befaamde Sovjettank T-34 te pronken als een eerbetoon aan het multi-etnische Rusland. ‘Historici zijn het erover eens dat deze tank een beslissende rol heeft gespeeld’, vertelt Hewitt. ‘Joden hebben de T-34 ontworpen en gebouwd.’
‘Het is in Rusland met de tolerantie niet slechter gesteld dan in andere landen’, vervolgt hij. ‘Als ik in Moskou met mijn keppeltje op straat loop, voel ik me veiliger dan in Malmö. Dat is Zweden, waarvan iedereen altijd zegt dat het zo’n tolerant land is.’
De 23-jarige Artoer Pokrasjenko loopt fotograferend langs de virtines vol boeken. Het museum is een openbaring voor hem. ‘Ik wist niets van de geschiedenis van de joden. Niets van de kwade en goede periodes. Ik denk dat dit geldt voor de meeste Russen. Er is nooit veel aandacht besteed aan het Joodse verleden.’
De Russen zijn verdeeld in hun houding tegenover joden, meent Pokrasjenko. ‘De jonge generatie staat open voor joden. Voor de ouderen geldt dat niet. Zij zijn opgegroeid tijdens het communisme, waarin joden negatief werden benaderd.’
Bij een videoscherm met de afbeelding van de Joodse, bolsjewitische revolutionair Grigori Zinovjev, een vertrouweling van Sovjetleider Vladimir Lenin, leest de 62-jarige gepensioneerde onderwijzer Viktor de bijbehorende tekst. Viktors verhaal geeft de donkere kant van Rusland weer. ‘Het antisemitisme zit in de mens’, zegt hij staccato. ‘Dat is altijd en overal zo geweest. Ook in het huidige Rusland. Joodse oligarchen als Boris Berezovski, Oleg Deripaska en Michail Chodorkovski bezitten veel geld en hebben de media in handen. Joden zijn succesvol en wij zijn arm. Ze wekken daarom afgunst op. Ook bij mij.’
Hij sluit een terugkeer van de pogroms zelfs niet uit. ‘Als het economisch slecht gaat, komt er een opstand tegen de joden. Ze zullen emigreren. Onder de druk van de bevolking bestaat dit museum dan niet meer.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen