donderdag 31 januari 2013

Voor eeuwig vrienden dankzij de trein


,,Floris, goedendag!
Een gelukkig nieuwjaar!
Ik hoop dat je Oud en Nieuw hebt doorgebracht met waardigheid.
Ik wens je veel succes in je werk, goede contacten, mooie verhalen en al het gezonds toe!!
Nogmaals bedankt voor het goede gezelschap tijdens de reis naar Moskou vanuit Syktyvkar (en iemand die uit Oestjoeg reisde:))
We houden contact!
Aleksandr"
Drie weken geleden ontmoette ik hem in de trein, toen ik uit Veliki Oestjoeg kwam. En deze week ontving ik deze prachtige email. Negentien uur zaten we met zijn tweeën in een coupé. We deelden ons eten. Ik at een kotelet van hem. Hij mijn kaas en wat pistachenoten. De mandarijnen liet hij staan. ,,Hier delen we alles met elkaar. Zo doen we dat in Rusland", verklaarde hij zijn gastvrijheid.
Aleksandr - donkere baard en een groene legerbroek - vertelde over zijn werk als psycholoog en dat hij daarom kris kras door het land reist, liet zijn amuletten zien en bespeelde met zijn mond een mini-instrument van een Russische nomadenstam. ,,Ik voel de klanken van binnen en dat geeft een innerlijke rust."
Romantisch werd het zelfs nog even toen we het licht van de coupé uitdeden, waardoor we beter de witte buitenwereld konden zien. De provodnitsa, de hoedster van onze wagon, opende de deur, schrok van het intieme moment en wilde snel weggaan. We zeiden dat ze ons mocht storen. Ze kwam loten verkopen.
Aleksandr dus, een beetje een zweverig type. In Nederland zou ik dan met een half oor hebben geluisterd of nog niet eens, maar in Rusland is natuurlijk alles interessanter en maakt elke Rus mij nieuwsgierig. De email is het bewijs hoe warm Russen kunnen zijn.
De treinreis naar Veliki Oestjoeg was ook al bijzonder. In de restauratiewagon, niet meer dan een buffet en wat statafels, waren uitgelaten soldaten op jacht naar bier. Ze reisden naar Syktyvkar in de noordelijke autonome deelrepubliek Komi. Ze hadden hun mooiste uniform, met een smetteloze witte riem, aan en hun medailles opgespeld. Hun zwarte schoenen gepoetst en hun baret op.
Hun dienstplicht van een jaar zat erop en dat lieten ze merken. Ze joelden, schreeuwden en renden als kinderen zo blij tijdens de pauzes over het perron. Ze wilden maar al te graag op de foto met mij, de onbekende Nederlander. ,,Het was zwaar. We sliepen drie uur per dag. We worden nu alleen opgeroepen als we Moskou moeten beschermen tegen protesten”, zei een van hen tegen mij. Hun uitgelatenheid irriteerden de passagiers. ,,Ik snap jullie blijdschap, maar kan het wat stiller”, sprak de juffrouw van het buffetrestaurant streng als een lerares. ,,Er zijn klachten. Mensen willen rusten.”
De soldaten, hun haar kort geschoren, maakten in de restauratiewagon vrienden met twee jongens uit Orenboerg, bij de zuidelijke grens met Kazachstan. Ze reisden naar het noordelijke Vorkoeta, waar ze werken in de gassector voor een salaris van 1500 euro per maand. Eentje is geboren in de Kaukasische deelrepubliek Dagestan, de ander in Georgië. Russen met donkere jongens, niet altijd een gelukkige combinatie, maar in de trein wel. ,,Mijn tafel is jullie tafel”, nodigde een van de soldaten de twee uit. Met zijn allen dronken we bier en we omhelsden elkaar alsof we voor eeuwig vrienden blijven.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen