maandag 5 april 2010

Het bestaat in Rusland: kritische pers

De eerste pakweg drie uur was er op de Russische televisie niets te zien van de aanslagen in de Moskouse metro. Op de belangrijkste netten liep de normale programmering door. De televisiekanalen zijn in handen van de overheid (vakkundig gedaan door toenmalig president Vladimir Poetin), maar bij de geschreven pers is dat minder het geval en die (niet iedereen) laat zich kritisch uit over de gebeurtenissen.
Daniil Dondoerej deelde in zijn column in het tijdschrift Roeski Reporter twee minnen uit. De eerste ging naar de staatstelevisie. Hij verwijt de televisie dat het geen oproep deed om slachtoffers van de aanslagen te helpen. Door het geven van bloed of het aanbieden van een gratis lift op het moment dat de taxichauffeurs hun tarieven omhoog gooiden.
Ten tweede verwijt hij dat niemand vertelt wat er op de Noord-Kaukasus aan de hand is: welke ideologie daar wordt aangehangen, wat er met de jongeren gebeurt, welke sfeer er hangt. Niemand weet wat voor een problemen daar heersen.
De krant Vedomosti vraagt zich af wat er in de afgelopen jaren veranderd is binnen de veiligheidsdienst FSB en of de huidige aanpak de juiste is nu Moskou opnieuw het doelwit is van aanslagen. Het gijzelingsdrama in het theater Nord-Ost en Beslan, de aanslag op de Nevski Express in december; het gevoel van onveiligheid en woede blijft. De krant heeft weinig vertrouwen in de woorden van president Dmitri Medvevdev die zei dat dezelfde lijn tegen terrorisme wordt doorgetrokken.
Ook vindt Vedomosti de woorden van premier Poetin dat de terroristen vernietigd worden verkeerd. Volgens de krant zien verantwoordelijken achter de metroaanslagen dit soort teksten juist als een verheerlijking tot de dood. Vedomosti merkt op dat de autoriteiten op de Noord-Kaukasus de inwoners niets te bieden hebben dat leidt tot sociaal-economische verbeteringen.
Alexander Minkin schrijft in zijn, regelmatige gepubliceerde, brieven aan de president in de Moskovski Komsomolets dat Medvedev en Poetin, het tandem dat over Rusland moet waken, schuldig zijn aan de aanslagen. Minkin vermoedt dat de twee nooit met de metro reizen. Dan hadden ze kunnen zien dat er weliswaar meer agenten rondlopen op de stations, maar dat dat jonge, onervaren jongens zijn die zich gedragen alsof ze voor het eerst in de grote stad rondlopen.
Hij roept het tandem op na tien jaar de touwtjes in handen te hebben te stoppen met propaganda: dat er een einde moest komen aan de onstuimige jaren negentig en dat Rusland een eiland van stabiliteit is. 'Nu hebben we Nord-Ost, Beslan, het opblazen van vliegtuigen en de Nevski Express en de aanslagen van vorige week, dan klinkt de onstuimige jaren negentig heel dom.'
Of de geschreven pers gehoord wordt in de Russische samenleving is de vraag. De gewone Rus haalt zijn informatie van de televisie.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen